Hoofdfase
Jaar twee en drie
In het tweede en derde jaar werk je verder aan je verpleegkundige vaardigheden en doe je veel praktijkervaring op. Ook krijg je meer theoretische ondersteuning voor het beroepsmatig handelen als verpleegkundige. Je loopt stage en werkt aan praktijkopdrachten die gekoppeld zijn aan je stage.
Aan het eind van het derde jaar, bepaal je je afstudeerrichting. Deze keuze is belangrijk voor je latere beroep. Je gaat je verdiepen in een specialisme door bijvoorbeeld te praten met deskundigen en door literatuur te bestuderen.
Je kunt kiezen uit:
Praktijk
De opleiding Verpleegkunde is erg praktijkgericht. Je doet verschillende stages en werkt mee aan meerdere projecten.
Klik hier voor meer informatie over de projecten.
Afstuderen
In het vierde jaar ga je op onderzoek: je kijkt waar je vernieuwing en innovatie kunt aanbrengen. Ook volg je twee minors. Een minor is een verdieping of verbreding in een bepaald vakgebied. Eerst kies je voor één van de drie richtingen in de zorg:
- algemene gezondheidszorg
- geestelijke gezondheidszorg
- maatschappelijke gezondheidszorg
Daarna kies je een verdiepende minor. Je bepaalt samen met je coach wat je in de minors gaat doen. Je kunt kiezen uit de volgende minors:
- critical care
- begeleiding van mensen met ernstige psychiatrische problemen
- ICT in de zorg
- verslaving en criminaliteit
- praktijkondersteuning huisartsenzorg
Stage
Naast het volgen van minors, loop je in het vierde jaar gemiddeld 35 weken stage, dat doe je drie dagen per week.
Je kunt afstuderen door te bewijzen dat je alle competenties in huis hebt die bij een professioneleverpleegkundige horen. Om aan te tonen dat je allround verpleegkundige bent, doe je een afstudeerproject. Een commissie van docenten beoordeelt vervolgens of je voldoet aan alle criteria.