Je komt zijn naam overal op het eiland tegen. Een beroemdheid, al in eigen tijd, en nog steeds geëerd met straatnamen, een standbeeld en niet te vergeten de naam op ons gerenommeerd Maritiem Instituut. Willem Barentsz, zeeman, ontdekkingsreiziger, poolvorser… Zo makkelijk om dan te vergeten dat Terschelling nog een zeer belangrijk persoon voor de zeevaart en het zeevaartonderwijs heeft voortgebracht.
Zijn naam? Cornelis Douwes. De man die dankzij het vinden van een praktische en betrouwbare methode van becijferen van het vraagstuk der breedtebepaling buiten de middag voor de zeevaart bijzondere betekenis heeft gehad, die bekend was in het buitenland, omdat alle zeevarende naties van Europa gedurende een eeuw van zijn methode gebruik maakten, wiens naam dagelijks bij het zeevaartonderwijs ter sprake kwam en voortleeft bij de zeevarenden die zich bij de plaatsbepaling op zee bedienen van ‘de formule van Douwes’, deze man van grote gaven en van verdienste voor wetenschap en onderwijs, stamde uit een eenvoudige zeemanskring. Hij werd geboren op Terschelling. Zijn vader, Douwe Anesz., was kofschipper op Bremen. De naam van zijn moeder was Trijntje Cornelis. Het echtpaar kreeg een vijftal kinderen. Wanneer de later vermaard geworden Cornelis Douwes, precies is geboren, vindt men in de boeken niet vermeld. Men kan dit evenwel uitrekenen, omdat in de aankondiging van zijn sterven wordt gezegd, dat hij overleed “op den 7den Juli 1773 in den leeftijd van 60 jaren, 10 maanden en 14 dagen”. De geboortedatum moet dan zijn 24 Augustus 1712.
Hoe het de jonge Cornelis verging kunnen we slechts gissen. In gedachten zien wij hem aan de waterkant, spelend aan de haven en klimmend over schepen. Wij zien hem in aanraking komen met varenslui en we zien hem opgroeien in een gemeenschap die toen geheel op de scheepvaart was aangewezen en die haar aandacht had toegespitst op vragen die verband hielden met het leven op zee. Cornelis' belangstelling voor de zeevaart zal toen zijn ontwaakt. Vergezelde hij zijn vader op tochten naar Bremen waarbij hij al varende in de Zuiderzee en op het Wad in aanraking kwam met praktische navigatie? Gebruikte hij plaatselijke bekendheid, vooral kennis van de ligging der vaarwaters en van de bijzonderheden van stroom en getijden? Wij kunnen ons indenken hoe de jongen toen zijn handen leerde gebruiken op het zware schip van zijn vader en hoe hij in najaarsreizen daar aan boord wel eens moeilijke uren zal hebben doorgemaakt. Bij reizen over de Noordzee buiten de rij van eilanden zal hij zijn onderwezen in het gebruik van het kompas, het gissen van de vaart, het verkennen van landmerken en het nemen van kompaspeilingen op bekende punten. Mocht er, ondanks het feit dat de vader op grond van jarenlange ervaring zijn traject door en door kende, een zeekaart aan boord zijn geweest, dan zal hij Cornelis daarop wegwijs hebben gemaakt. Ja, misschien zal hij in zee wel eens de jakobsstaf hebben gehanteerd ter bepaling van de middagbreedte.
Cornelis Douwes is vanaf omstreeks 1731, dus ongeveer vanaf zijn 19e jaar, als onderwijzer in de wis- en zeevaartkunde te Amsterdam gevestigd is geweest. Waar hij zijn lessen gaf blijkt niet uit de archiefstukken. Wel weten we hoe het toeging op dergelijke kleine particuliere zeevaartschooltjes. De stuurlieden kwamen en gingen in verband met aankomst en vertrek van hun schepen, zoals het uitkwam. Op die manier waren de lessen een soort individueel onderwijs. Vooral in de winter als vele schepen binnen lagen, was het er druk. Punt van verschil tussen het schooltje van Douwes en andere zeemanscolleges? Normaal gesproken waren de leraren oud-varenslieden, die, na vele jaren op zee te hebben doorgebracht, hun opgedane kennis en ervaring productief trachtten te maken. Dat de jonge en weinig bevaren Douwes zich tegenover hen heeft kunnen handhaven, bewijst wel, dat hij door kunde boven zijn concurrenten heeft uitgestoken. Een belangrijk punt was dat hij wèl aandacht besteedde aan de wiskundige basis van de stuurmanskunst.
Naast de tijd die hij besteedde aan zijn school en lessen, moet hij vele uren hebben besteed aan diepgaande studie van wis- en zeevaartkunde en aanverwante vakken. Aan deze studie dankte hij het tot rijpheid komen van een nieuwe en grote gedachte. Het tijdstip was aangebroken waarop hij zijn bijzondere en voor de eenvoudige stuurman praktisch bruikbare wijze van becijferen uitdacht. Bij zijn methode, ‘het Breete Neemen Buyten den Middag’, moest het tijdverloop tussen de beide waarnemingen, hooguit enkele uren, met een horloge worden gemeten. Die waren al voldoende betrouwbaar om op zee gedurende een aantal uren achtereen nauwkeurig te lopen. Hij liet zijn leerlingen de methode op zee beproeven en aan de hand van hun bevindingen bracht hij verbeteringen aan. Toen hij zeker was van de bruikbaarheid, publiceerde hij zijn breedtemethode in de ‘Verhandelingen’ van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. Dankzij deze breedtemethode was de stuurman niet meer afhankelijk van één waarneming van de zon rondom het middaguur. Immers, als die werd gemist, bijvoorbeeld omdat er net een wolk voor de zon kwam, moest een etmaal op een nieuwe kans worden gewacht. De ‘methode van Douwes’ kreeg buiten ons land bekendheid, zoals in Groot Brittanië, Frankrijk, Duitsland, Spanje en in de Noord-Amerikaanse koloniën.
In 1747 solliciteerde Cornelis Douwes bij de Admiraliteit van Amsterdam naar de functie van onderwijzer in de artillerie. Tegelijk bood hij aan om wiskunde en navigatie en daarmee verwante vakken zoals platte- en boldriehoeksmeting, sterrenkunde, meetkunde, en ook het gebruik van navigatieinstrumenten te onderwijzen. In feite bood Douwes de Admiraliteit aan een onderwijsinstelling voor de zeevaart op te richten. Hij legde zijn plan…tot het oprechten van een zeemanschool, waar in ider dagelijks op byzondere tijden in diewetenschap zou werden onderwesen… eveneens voor aan de Oost- en de West-Indische Compagnie, de Sociëteit van Suriname en de burgemeesters van Amsterdam. Na bemoeienis van stadhouder Willem IV als admiraal-generaal met het plan, werd in Amsterdam in 1748 het Algemeen Zeemans-Collegie opgericht, de eerste zeevaartschool van Nederland met overheidssteun. Als wiskundige, examinator en leraar aan zijn Algemeen Zeemans-Collegie steeg zijn roem hoger en hoger in zowel nautische als geleerde kringen. Tenslotte schonk zijn methode hem een reputatie over heel Europa.
Op meerdere manieren heeft Cornelis Douwes dus een vroege rol gepeeld in het tot stand komen van het zeevaartonderwijs op Terschelling. Zijn inspanningen toonden aan dat het loonde om door de overheid gesteunde opleidingsinstituten voor de zeevaart in het leven te roepen. Daarnaast was het zijn, op wiskundige denkbeelden gestoelde, methode die het mogelijk maakte dat de scheepvaart jarenlang wereldwijd de belangrijkste economische motor werd. Uiteindelijk uitmondend in een grote vraag naar zeelieden die tot heden ten dage aan het Maritiem Instituut ‘Willem Barentsz’ opgeleid worden. In deze school is dan ook een belangrijke plaats ingeruimd voor een herinneringskunstwerk ter herinnering aan deze ‘andere’ Terschellinger, één waarvan de naam binnen de zeevaartwereld voortleeft, tot op de dag van vandaag. Cornelis Douwes.
Tekst: Wim van Leunen, docent MIWB
Bronnen:
Crone, Ernst Cornelis Douwes 1712 – 1773, zijn leven en zijn werk Haarlem, 1941
Mörzer Bruyns, W.F.J. Schip Recht door Zee, De octant in de Republiek in de achttiende eeuw Amsterdam, 2003