Als je bij het afmeren van de Friesland aan dek staat, zie je bij binnenkomst van de haven hoe mooi de baai van Dellewal er bij ligt. Een zeer markante plaats aan die baai wordt ingenomen door het grote betonnen gebouw met de toren. Wat zou dat zijn? Je denkt: ‘Als we er langs fietsen maar eens kijken’. Grote blauwe letters sieren het met de naam Maritiem Instituut ‘Willem Barentsz’. Volgende vraag: ‘Wat gebeurt daar dan?’. De gehele zomer is er elke woensdagmiddag Open huis, maar buiten dat seizoen ligt het anders.
Laten we eens een aantal eeuwen terug gaan. Het bestaan op Terschelling was niet gemakkelijk, toerisme had je niet en wat betreft de inkomsten was men naast het boerenbedrijf aangewezen op de visserij. Als er dan nog meer monden te voeden waren trok men naar zee, naar de walvisvaart of de koopvaardij. Een jongeman begon dan ‘voor de mast’ of als matroos. Door aan boord bij te leren bracht men het tot stuurman of kapitein. Sommigen veroverden zelfs een plaats in onze geschiedenis, zoals de poolreiziger ‘Willem Barentsz’; bekend vanwege zijn overwintering op Nova Zembla, maar ook ontdekker van Svalbard (Spitsbergen).
Alhoewel er in Nederland reeds zeevaartscholen waren (Amsterdam 1785, Rotterdam 1833, Delfzijl 1856) droeg het zeevaartonderwijs op Terschelling tot 1875 een sterk particulier karakter. Oud-zeevarenden met een didactische knobbel en schoolmeesters met nautische aanleg zijn in die tijd de leermeesters van Terschellinger jongemannen die naar zee willen. Pas na lang aandringen wordt erkend dat ook op dit eiland (Schiermonnikoog had al een zeevaartschool) een instituut moest komen waar de ‘zeevaart’ onderwezen kon worden. Dit instituut komt er uiteindelijk in 1875. Aantal leerkrachten één, lestijden van 9.00 tot 19.00 en zelfs al snel een ‘stoomwerktuig’.
Vanaf het begin stonden de afgestudeerden van de ‘Zeevaartschool Terschelling’ goed aangeschreven zodat het vinden van werk geen probleem was. De school groeide, er kwamen leraren bij en er werd in 1918 een nieuwe school gebouwd. Pas toen werd de naam Willem Barentsz aan het instituut verbonden. Er kwam een werkplaats voor scheepswerktuigkundigen, de tijd van de zeilschepen was immers voorbij, en een internaat, omdat het aantal leerlingen van het eiland steeds verder terugliep. De school kende ook slechtere tijden, zoals na het vergaan van de loodskotter, de crisisjaren, en de sluiting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Elke tegenslag werd door de gemeente samen met directeur en personeel het hoofd geboden en steeds heroverde de school haar prominente plaats binnen het Nederlandse zeevaartonderwijs.
In 1966 werd de ‘nieuwe’ school, de ‘oude school’ en verrees op Dellewal het gebouw waarmee we dit verhaal begonnen. Een mooie, nieuwe Hogere Zeevaartschool; een gemeentelijke school, gedragen door de gemeenschap. Dat eindigde in 1987 toen een fusiegolf in hoger onderwijsland een einde maakte aan de zelfstandigheid van vele beroepsopleidingen. De hogere zeevaartschool kwam binnen het samenwerkingsverband van de NHL (Noordelijke Hogeschool Leeuwarden) in het Instituut Techniek terecht. Haar naam veranderde in Maritiem Instituut, maar de doelstelling om op het eiland jonge mensen (inmiddels werden ook meisjes toegelaten) de kans te geven uitstekend zeevaartonderwijs te volgen, bleef bestaan.
Uitgebreid met het Martiem Simulator- en Trainings Centrum (MSTC), voorzien van meerdere simulatoren voor brug en machinekamer, een eigen opleidingsvaartuig en de enige HBO opleiding Hydrografie is Maritiem Instituut ‘Willem Barentsz’ nu dé toonaangevende hogere zeevaartopleiding in Nederland, met meer dan 300 studenten. Er wordt modern competentiegericht onderwijs gegeven met oog voor traditionele waarden. Nog steeds zijn het oud-zeevarenden met een didactische knobbel en schoolmeesters met nautisch-technische aanleg die de lessen verzorgen. Lessen die echter aangepast zijn aan de moderne tijd van bijvoorbeeld containerschepen van meer dan 350 meter, cruiseschepen voor 2000 passagiers en bulkcarriers van 175.720 BRT. In de machinekamer praten we dan over scheepsmotoren van 5 verdiepingen hoog met zuigers van meer dan een meter. Op vaak niet meer dan 20- jarige leeftijd gaat de zeevaartschoolstudent voor stage naar zee en krijgt dan voor het eerst te maken met de enorme verantwoordelijkheid die uiteindelijk op zijn of haar schouders zal rusten.
Het zijn er niet meer zo veel als vroeger en de toeristenindustrie is een geduchte concurrent, maar ook nu zijn er elk jaar nog eilander jongeren die kiezen voor ‘hun’ school. Samen met jongeren uit het hele land kiezen zij voor een maritieme carrière. Dus als u vertrekt van het eiland is er een grote kans dat de veerboot of sneldienst die u naar de ‘vaste wal’ brengt in bekwame handen is van een oud student van Martitiem Instituut ‘Willem Barentsz’.
Tekst: Wim van Leunen, docent MIWB