Waarom vaart de Midsland zo langzaam door de Slenk?
Voor de haven van West loopt het Schuitengat. Door de jaren heen was deze geul diep genoeg voor de veerboot om direct naar de Vliestroom te varen en zo naar Harlingen. Maar in de jaren ’90 verzandde het westelijke deel van het Schuitengat in hoog tempo. Tot twee jaar geleden voer de Koegelwieck bij hoog water nog wel over het ondiepe stuk, maar nu is dat niet veilig meer. De veerboten volgen nu de Slenk, door vanuit het Schuitengat bakboord uit te draaien naar een zuidoostelijke koers. In de eerste paar honderd meter van de Slenk is goed te zien hoe snel de bodem en het geulenpatroon van de Waddenzee kan veranderen onder invloed van de getijstroom. Er liggen daar drie grote groene lichtboeien vlak bij elkaar (de S3, S3A en S5) en er is vaak een baggerschip aan het werk om die krappe bocht op diepte te houden. Bij laag water staat er nog wel genoeg water voor de Midsland, maar het houdt niet over. Ook aan de zuidkant van de Slenk, een paar kilometer verderop, is zo’n ondiep stuk. Als er nog maar zo weinig water zit tussen kiel en bodem dan schiet dat met grote snelheid onder het schip door. En dat wordt nog erger bij een hoge vaarsnelheid. Het water wil er eigenlijk helemaal tussenuit en zo zou het schip naar de bodem toe gezogen worden. Kortom, door de snelheid te beperken kan de veerboot de ondiepten nog juist passeren en zijn er onder normale omstandigheden geen beperkingen voor de dienstregeling.
Het meten van de waterdiepte en dit soort veranderingen is het werk van hydrografen. Hydrografen kom je niet veel tegen, maar ze zijn onmisbaar om de zeebodem in beeld te brengen, niet alleen op de Waddenzee en voor het maken van actuele zeekaarten, maar speciaal ook voor de baggerbedrijven en de offshoreindustrie. Het is een aparte beroepsgroep. De hogere beroepsopleiding Hydrografie is een van de twee opleidingen van het Maritiem Instituut Willem Barentsz. Het aantal afgestudeerden is per jaar 10 tot 15, elk jaar ook enkele meisjes. Een kleine opleiding dus, maar dat betekent dat er veel aandacht is voor de studenten en dat ze al gauw het gevoel hebben dat ze erbij horen. Terschelling vormt een prachtige locatie voor de opleiding, omringd door zout en stromend water. Recent is de Octans aangekocht als hydrografische opleidingsschip. Met dat schip zijn de studenten in staat om de vele praktische oefeningen uit te voeren die de opleiding ze aanbiedt. Het wordt van het grootste belang geacht dat de studenten al vroeg en veel in contact komen met de bedrijven, die dit specialisme nodig hebben.
Het beroepenveld bestaat ruwweg uit drie delen, de baggerwereld, de surveybedrijven en overheidsinstanties, zoals de Rijkswaterstaat. Nederlandse baggerbedrijven voeren werk uit over de hele wereld. Ook in de offshore-industrie zijn de hydrografen meestal aan het werk bij projecten buiten Nederland. Elementen van het beroep zijn, behalve het systematisch meten van de waterdiepte en het bepalen van de structuur van de zeebodem, wrakken zoeken, eilanden aanleggen, pijpleidingen inspecteren en onderwaterconstructies op zijn plaats zetten. Ook op binnenwateren zijn er veel hydrografische metingen nodig. Dus hydrografen van wie hun internationale loopbaan ten einde loopt kunnen aan het werk om Nederland te beschermen tegen het water.
Als je meer wilt weten van het beroep of de opleiding ben je van harte welkom op het Maritiem Instituut. Het staat, niet te missen, vlak naast de jachthaven. Zie ook www.hydrografie.net.
Tekst: ir R.E. van Ree